Staande klokken en 
uurwerkmakers in Vlaanderen

 

Eddy Fraiture - Uitgeverij Peeters Leuven

 

Bij uitgeverij Peeters te Leuven verscheen het tweede boek van Eddy Fraiture, Staande klokken en uurwerkmakers in Vlaanderen. 

Na zijn eerste boek, Uurwerkmakers en Uurwerknijverheid in Vlaanderen, waren de verwachtingen hoog gespannen. En Eddy Fraiture ontgoochelt ons niet.

Voor dit boek baseert Eddy Fraiture zich op bijna 1200 Vlaamse staande klokken, die hij heeft gelocaliseerd, en 540 Vlaamse makers, waarvan hij met een monikkengeduld hun leven en werk heeft nagetrokken.

Van een boek zoals dit en van een schrijver zoals deze mag men verwachten dat de Vlaamse staande klok in de context geplaatst wordt van de ontwikkeling van de staande klokken in Europa. En zo gebeurt.

Het verschijnen van de staande klok houdt rechtstreeks verband met het werk van Christiaan Huygens, die op Kerstdag 1656 voor het eerst een slinger in een klok inbouwde. Slechts enkele maanden later verkrijgt de Engelse klokkenmaker Ahasuerus Fromanteel de rechten om deze techniek toe te passen, zodat de Engelse staande klok aanzien mag worden als de oermoeder van alle staande klokken.

De eerste staande klokken verschijnen dan ook in Londen omstreeks 1660.
De ontdekking van de ankergang in 1671 door William Clement maakt de slingeramplitude kleiner en de lengte van de slinger groter. Daardoor verbetert de nauwkeurigheid en groeit de Engelse staande klok van minder dan 2 m hoog tot 2,60 m, wat gedurende de volgende twee eeuwen de afmeting van de staande klok zal blijven.

In navolging van de Engelse staande klok verschijnt vanaf 1680 de staande klok in Nederland en Frankrijk.

Eddy Fraiture verklaart in zijn boek ook waarom de nijverheid van staande klokken in Vlaanderen zo moeizaam op gang kwam en men voor 1713 practisch geen Vlaamse staande klokken vindt.

Honderden staande klokken heeft Eddy Fraiture bestudeerd en gefotografeerd, en hij komt tot een duidelijk onderscheid tussen Vlaamse en Limburgse staande klokken.
Uurwerkmakers uit Vlaanderen en Limburg ondergingen andere invloeden, de Vlamingen uit Engeland, de Limburgsers uit Luik (en via Luik uit Duitsland).

Eddy Fraiture leert ons vooral naar het uurwerk in een staande klok te kijken, want dat vertelt veel over de afkomst ervan en de periode waarin het gemaakt werd.

Ook de wijzerplaat en de gravering krijgen ruime belangstelling in het boek.
Een staande klok dateren aan de hand van de stijl van de kast of van de versieringen is niet aangewezen; vele Vlaamse kasten hebben geen duidelijk aanwijsbare stijl en de kast zegt alleen iets over de maker van de kast, soms over zijn afkomst – stad of platteland – maar zelden iets over het uurwerk erin.

Het documentair gedeelte van het boek – de makers van staande klokken in Vlaanderen – is, zoals we dat van Eddy Fraiture mogen verwachten, zeer verzorgd en leerrijk.

Eddy Fraiture herneemt in dit boek ook zijn lijst met uurwerkmakers in Vlaanderen, uitgebreid van 2200 in zijn eerste boek tot 2600 hier.

Dit standaardwerk over Vlaamse staande klokken moet op de boekenplank staan van elke Vlaming die zijn erfgoed-verleden koestert.
Gelukkige bezitters van een Vlaamse staande klok, uurwerkliefhebbers, verzamelaars en antiquairs vinden hier een nooit eerder gepubliceerde schat aan nuttige en degelijke informatie.